Me 262 neergeschoten boven Helmond

Op 28 november 1944 vlogen 2 Messerschmitt Me 262 AirfieldB-86Sturmvogel” straalvliegtuigen van Kampfgeschwader 51 (bommenwerpereenheid) om 10.40 uur boven Helmond-Noord. Deze toestellen vlogen laag over de stad en vielen de omgeving van het vliegveld aan. De bommen vielen echter te snel en explodeerden bij de Pannenhoefschelaan in het vrije veld zonder schade aan te richten. De Zweedse 40mm Bofors kanonnen van het 2875 AA Squadron openden het vuur op de aanvallers. Hawker.Typhoon.of.440.SquadronZij moesten echter stoppen met schieten toen een zestal Hawker Typhoons van 137 Squadron (Eindhoven) opdoken die terugkeerden van een gewapende verkenning bij Kevelaer. Deze draaiden af waarop de artilleristen het vuur heropenden. De eerste Messerschmitt ontkwam door snel te klimmen, het tweede aanvallende toestel vloog in de barrage van exploderende 40mm granaten die de kanonniers op hem afvuurden. Deze Messerschmitt Me 262A-2a (170120) stortte om 10.45 uur brandend neer achter de boerderij Mariahof aan de Geremtscheweg, bij het gehucht Geremt ten zuiden van de spoorlijn, en brandde gedeeltelijk uit. Hauptmann Rudolf Rösch was onthoofd en overleefde het niet. Vanzelfsprekend was er veel interesse voor dit nieuwe toestel zonder propellor. De resten van dit toestel werden ook snel voor onderzoek overgebracht naar Engeland. Dit was de eerste keer in de wereldgeschiedenis dat een straalvliegtuig vanaf de grond werd neergehaald.

airfield_Helmond_B86_mrt_1945a

Messerschmitt Me 262A

De Messerschmitt 262 Schwalbe

De ontwikkeling van dit toestel kwam relatief laat op gang en zou in 1941 misschien nog een verschil hebben kunnen maken in het verloop van de oorlog. De Me262.Helmond.close.upMesserschmitt 163 (de enige raketjager in de geschiedenis) was misschien nog opmerkelijker met zijn radicale concept, maar deze heeft uiteindelijk meer schade aan Duitsland opgeleverd dan aan de geallieerden. Met de “swept wing“, die deze Me-262 had, zou later elk toestel uitgerust worden vanwege de aerodynamische eigenschappen. Bij dit toestel waren die aerodynamische eigenschappen eigenlijk niet de reden. De achterwaarts gerichte vleugel werd gekozen om een betere ophanging van de motoren te realiseren. Het bleek een fantastisch goed vliegend toestel te zijn.

Geen enkel geallieerd toestel in de tweede wereldoorlog kon zich met de Me262 meten en daarbij ging het dan niet alleen om zijn snelheid, maar ook de bewapening. Natuurlijk had het vliegtuig niet alleen goede eigenschappen. De betrouwbaarheid en levensduur van de Jumo-004 turbines speelden nog parten, maar misschien zou dat opgelost zijn geweest als ze meer en vooral eerder aandacht aan dit concept (de axiale straalturbine) hadden gegeven. Straalmotoren waren wel minder kritisch t.a.v. de gebruikte brandstof. Dit was heel belangrijk omdat Duitsland tegen het eind van de oorlog (na verlies van gebieden met olievelden) aangewezen was op brandstof dat uit bruinkool werd verkregen. Het verbruik daarentegen lag wel 2x zo hoog.

Hitler was lange tijd een onaantastbare bommenwerper beloofd en bij de demonstratievlucht van deze jager vroeg hij aan Willy Messerschmitt of het toestel omgebouwd kon worden tot schnellbomber. Dit werd bevestigd, maar werd niet opgepikt als een uitdrukkelijke wens en verdere ontwikkeling ging gewoon door als jager. Toen Hitler daar later achterChristus-Koning kwam voelde hij zich verraden en gaf hij een direct bevel dat deze straaljager aangepast moest worden tot bommenwerper. Die variant van de Me262 kreeg de codenaam “Sturmvogel”. Deze bommen vernielde volledig de aerodynamische eigenschappen van deze jager (Schwalbe) en hierdoor kwamen ze weer in bereik van de geallieerde propellorvliegtuigen. Dit was ook voor de Sturmvogel in Helmond en Hauptmann Rösch fataal.