MiMi

Deze DLG met spanwijdte van 1 meter is grotendeels gemaakt van balsa. Deze spanwijdte noemt men meestal een “mini”. Een DLG met 1.5 meter spanwijdte noemt men een “full size” omdat dit de maat is van F3K, de enige westrijdklasse voor DLG’s.

Het gewicht is ongeveer 170 gram inclusief de besturing en hoogtemeter. De romp is een carbon buis en de vleugel is balsa ribbenbouw bespannen met Oracover light. Dit toestel wordt veelal vanaf tekening gebouwd. In dit geval is het van een CNC-gesneden bouwsetje met beperkte oplage. Over de hele wereld wordt de MiMi gebouwd en we kunnen dus trots zijn op Frans Bal die niet alleen deze DLG heeft ontworpen, maar ook nog dit exemplaar heeft gebouwd (om een nauwkeurige bouwbeschrijving van de bouwset te kunnen maken).

Deze beginners-DLG heeft geen rolroeren, maar enkel hoogte- en richtingsroer. Die 2 stuurvlakken worden uit gewichtsbesparing aangestuurd met een dyneema visdraad waarbij een veer in het roer ervoor zorgt dat deze op spanning blijft. Hierdoor is ook de speling die soms aanwezig is bij stuurstangen verdwenen. De stuurvlakken zijn enkel behandeld met een dunne laag PU-lak om het achterste gedeelte zo licht mogelijk te houden. Deze lak gebruikt men normaal voor parket.

Mocht DLG je interesse hebben, maar zie je op tegen de hoge prijzen van de full-carbon F3K-DLG’s dan heb je hier een winnaar waar je ook als gevorderde plezier van kunt hebben.

Frsky X4R-ontvanger met telemetrie, Zippy 350 mAh single cell, Frsky variometer, Dymond D47 op richtingsroer en Turnigy D56LV op hoogteroer. De Dymond D47 staat bekend als betrouwbare, sterke en lichte servo. Deze MiMi had in eerste instantie 2 D56LV-servo’s totdat de servo voor het hoogteroer kapot ging.2015-02-08 10.55.38

Me 262 neergeschoten boven Helmond

Op 28 november 1944 vlogen 2 Messerschmitt Me 262 AirfieldB-86Sturmvogel” straalvliegtuigen van Kampfgeschwader 51 (bommenwerpereenheid) om 10.40 uur boven Helmond-Noord. Deze toestellen vlogen laag over de stad en vielen de omgeving van het vliegveld aan. Dit Britse vliegveld lag waar nu de wijk Rijpelberg ligt en liep door tot Berkendonk, exact de plek waar in de jaren ’80 HMVC gevestigd was. Destijds behoorde dit nog tot de gemeente Bakel en Milheeze. De bommen van deze “Stormvogels” vielen echter te snel en explodeerden bij de Pannenhoefschelaan in het vrije veld zonder schade aan te richten. De Zweedse 40mm Bofors kanonnen van het 2875 AA Squadron openden het vuur op de aanvallers. Zij moesten echter stoppen met schieten toen een zestal Hawker Typhoons van 137 Squadron (Eindhoven) opdoken die terugkeerden van een gewapende verkenning bij Kevelaer. Deze draaiden af waarop de artilleristen het vuur heropenden. De eerste Messerschmitt ontkwam door snel te klimmen, het tweede aanvallende toestel vloog in de barrage van exploderende 40mm granaten die de kanonniers op hem afvuurden. Deze Messerschmitt Me 262A-2a (170120) stortte om 10.45 uur brandend neer achter de boerderij Mariahof aan de Geremtscheweg, bij het gehucht Geremt ten zuiden van de spoorlijn, en brandde gedeeltelijk uit. Hauptmann Rudolf Rösch was onthoofd en overleefde het niet. Vanzelfsprekend was er veel interesse voor dit nieuwe toestel zonder propellor. De resten van dit toestel werden ook snel voor onderzoek overgebracht naar Engeland. Dit was de eerste keer in de wereldgeschiedenis dat een straalvliegtuig vanaf de grond werd neergehaald.

Hawker.Typhoon.of.440.Squadron

airfield_Helmond_B86_mrt_1945a

Messerschmitt Me 262A

De Messerschmitt 262 Schwalbe

De ontwikkeling van dit toestel kwam relatief laat op gang en zou in 1941 misschien nog een verschil hebben kunnen maken in het verloop van de oorlog. De Messerschmitt 163 Me262.Helmond.close.up(de enige raketjager in de geschiedenis) was misschien nog opmerkelijker met zijn radicale concept, maar deze heeft uiteindelijk meer schade aan Duitsland opgeleverd dan aan de geallieerden. Levensgevaarlijk was dit toestel voor de piloot zelf met de uiterst agressieve stoffen aan boord. Nee, de Me-262 was de blauwdruk voor alle na-oorlogse jagers. Met de “swept wing“, die deze Me-262 had, zou later elk toestel uitgerust worden vanwege de aerodynamische eigenschappen. Bij dit toestel waren die aerodynamische eigenschappen eigenlijk niet de reden voor die achterwaarts gerichte vleugel. Deze werd namelijk zo gekozen om een betere ophanging van de motoren te realiseren. Het bleek een fantastisch goed vliegend toestel te zijn. „…als wenn ein Engel schiebt“, zo beschreef  Adolf Galland dit toestel nadat hij voor de eerste keer een vliegtuig met een straalturbine had gevlogen.

Geen enkel geallieerd toestel in de tweede wereldoorlog kon zich met de Me262 meten en daarbij ging het dan niet alleen om zijn snelheid, maar ook de bewapening. Natuurlijk had het vliegtuig niet alleen goede eigenschappen. De betrouwbaarheid en levensduur van de Jumo-004 turbines speelden nog parten, maar misschien zou dat opgelost zijn geweest als ze meer en vooral eerder aandacht aan dit concept (de axiale straalturbine) hadden gegeven. Straalmotoren waren wel minder kritisch t.a.v. de gebruikte brandstof. Zuigermotoren hadden speciale hoog octaan brandstof nodig, terwijl de straalmotoren tevreden waren met petroleum. Dit was heel belangrijk omdat Duitsland tegen het eind van de oorlog (na verlies van gebieden met olievelden) aangewezen was op brandstof dat uit bruinkool werd verkregen. Het verbruik daarentegen lag wel 2x zo hoog.

Hitler was lange tijd een onaantastbare bommenwerper beloofd en bij de demonstratievlucht van deze jager vroeg hij aan Willy Messerschmitt of het toestel omgebouwd kon worden tot schnellbomber. Dit werd bevestigd, maar werd niet opgepikt als een uitdrukkelijke wens en verdere ontwikkeling ging gewoon door als jager. Toen Hitler daar later achterChristus-Koning kwam voelde hij zich verraden en gaf hij een direct bevel dat deze straaljager aangepast moest worden tot bommenwerper. Die variant van de Me262 kreeg de codenaam “Sturmvogel”. Deze bommen vernielde volledig de aerodynamische eigenschappen van deze jager (Schwalbe) en hierdoor kwamen ze weer in bereik van de geallieerde propellorvliegtuigen. Dit was ook voor de Sturmvogel in Helmond en Hauptmann Rösch fataal.

F3K carbon DLG

De spanwijdte van 1m50, rohacell, spread tow carbon, laag gewicht (~300 gram), maar vooral het extreem holle profiel maakt deze DLG uniek binnen zijn klasse (F3K).

Het gebruik van een dergelijke holle vleugel is een ongebruikelijke keuze van Jan Somers die uit de wereld van vrije vlucht komt (modellen die níet met een zender worden bestuurd). De vleugel, gebouwd door Jeroen Kohle, is opgebouwd uit het hoogwaardige Rohacell en Spread tow carbon. In eerste instantie werd deze vleugel gebruikt op een Helios II-romp. Deze had na enige tijd al een aantal reparaties van de staartboom achter de rug.

Door op een dag het toestel te werpen zonder dat het juiste model in de zender gekozen was is die Helios II-romp in 3 stukken gebroken op de grond voor de piloot. Enkel de romp was beschadigd en dus hét moment om deze vleugel een betere partner te geven. Met dank aan Kristof werd een mooie Helios I-romp passend gemaakt en voorzien van nieuwe staarttukken (Bowings – Richard Swindells).

De besturing bestaat uit Frsky X4R-ontvanger met telemetrie, variometer, Shread smart LiPo, 2x Turnigy 245MG voor hoogte & richting en 2x MKS DS6100 op ailerons.

HSD Super Viper

– Spanwijdte 1500mm
– Lengte 1663mm
– Vlieggewicht 4,4 kg met 2x 4S 5000 mAh
– 105mm 12-blads impeller

IMG-20150318-WA0051-768x1024 (2)